Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland

Pestvogel / Christophe Reijman
Pestvogel op Texel / Christophe Reijman

Vogel van de maand: Trekvogels

In mijn vorige Vogel van de maand benoemde ik dat de najaarstrek soms fantastische vogels met zich meebrengt, en wat hebben we dit najaar al kunnen genieten van spannende vogels die onze regio hebben bezocht! Meerdere Vale Stormvogeltjes, Noordse Stormvogels, een Vorkstaartmeeuw, Grauwe en Noordse Pijlstormvogels zijn al langs onze kust gevlogen en hebben menig vogelaar in vervoering gebracht (mezelf incluis, want deze vogels zie je zeker niet elke dag). 

Maar deze keer gaat het niet over de zeevogels, maar over de zangvogels, die aan land gebonden zijn. De afgelopen weken doken er overal in Nederland Notenkrakers op, die we ook in onze regio mochten begroeten. Het lijkt erop dat zich meerdere exemplaren ophouden in de bossen en parken van onze regio. Houd je ogen en oren dus goed open als je door het groen loopt: een Notenkraker kan behoorlijk onopvallend zijn, maar als je hem ziet, is hij niet te missen door zijn grootte, zijn donkere kleed met witte stippels en zijn grote snavel. 

Moeilijker zijn de kleinere zangvogeltjes zoals bijvoorbeeld Bladkoningen, die, hoewel in aardige aantallen, zich vaak ophouden in wat dichter gebladerte, in groepen mezen en goudhaantjes. Hun roep wijkt af van de rest, een scherp en hoog zweepslagend “Tsju-huu-WIET”. Hieraan kan je de vogel in ieder geval op roep herkennen. Daarnaast geeft de vogel een indruk van een Fitis of Tjiftjaf, maar heeft een opvallend gele wenkbrauwstreep en twee gele zijstrepen. Hieraan is de vogel goed herkenbaar. 

Ik ga zelf in oktober graag het veld in, en ben in de herfstvakantie altijd op Texel te vinden. De najaarstrek is dan in volle gang en Texel is het eerste rustpunt na de oversteek vanuit Scandinavië. Met zoveel vogels op de been verwacht ik dan toch ook wel iets interessants of zeldzaams tegen te komen. Texel brengt evenwel een ander gegeven met zich mee: Daar is, naast de dichtheid trekvogels, de dichtheid van ervaren vogelaars ook vrij hoog. Dit brengt me vaak in een ongemakkelijke positie. 

Ga ik af op de melding van een Bladkoning bij de Mokbaai in het zuiden van het eiland, terwijl ik net Strandleeuweriken zoek in de Slufter, in het noorden, of houd ik me aan mijn plannetje? Het begrip Fear of Missing Out (kortweg FOMO) wordt dan een reële factor die het vogelen nog uitdagender maakt dan het al is. Uiteindelijk kom ik dan tot het besef dat je (in tegenstelling tot wat je wel wilt) in het leven niet alles kan hebben of, zoals mijn maatje Anco altijd in zijn beste Rotterdamse accent zegt: “Je kennie altijd zes gooien.”

Nadat ik op de druilerigste dag van de week twee uur in de regen had geprobeerd een nieuwe lifer te scoren in een Raddes Boszanger (niet gehoord of gezien) en mijn camera daarna niet meer wilde starten, ging ik de volgende dag met frisse moed alles loslaten en gewoon weer met plezier een wandeling maken. Geen verwachtingen is toch het beste wat je kunt hebben als je gaat vogels kijken. In ieder geval is alles wat je dan wèl ziet een kadootje.

En wàt voor kadootje kreeg ik, toen ik door Den Hoorn reed en een groepje lijsters bekeek die op de grond de besjes zaten te snoepen. Er zat gewoon een Pestvogel tussen! Zo’n leuke zeldzaamheid spontaan ontdekken is toch wel het allerleukst, vanuit de auto, en op enkele meters afstand. Dit soort spontane ontmoetingen kunnen nog steeds plaats vinden als je erop uit gaat in oktober en ook nog in de start van november. Veel plezier buiten, want de trektijd is nog niet voorbij!

Christophe Reijman, voorzitter Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland