Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland

Koekoek / Christophe Reijman

Vogel van de maand: Koekoek

Een ongrijpbare vogel, die Koekoek. Als je door natuurgebieden loopt, hoor je de mannetjes op grote afstand al ‘Oeh-oeh’, of ‘Oeh-OE-Oeh’ roepen. Deze prachtige roep werd door heel wat taalgebieden in Europa als naam van de vogel gegeven: van Koekoek in het Nederlands tot Cuckoo in het Engels en van Kuckuck in het Duits tot Cuco in het Spaans en van Cuculo in het Italiaans tot Gök in het Zweeds. Het is interessant dat deze vogel eigenlijk overal een naam heeft die verwijst naar zijn roep. Dan zou het dus logisch zijn dat hij overal voorkomt. Dat klopt ook. De Koekoek gaat mee in het kielzog van zangvogels die naar Europa trekken om daar te nestelen, maar laat zelf het nestelen over aan andere vogels.

De Koekoekvrouw specialiseert zich op één specifieke soort, bijvoorbeeld heggenmus of kleine karekiet. En ze heeft haar uiterlijk mee. De vogel lijkt in vlucht, door de puntige vleugels en de gestreepte buik, precies op een roofvogel als havik of sperwer. Vogeltjes die niet gedood willen worden door deze rovers vluchten uit de struiken, waar ze hun nestje kunnen hebben. De Koekoek let goed op en vindt het nest al snel. Ze haalt één ei uit het nest, en legt vervolgens één ei in het nest van de waardvogel, dat iets groter is, maar wel min of meer hetzelfde kleur- of vlekjespatroon heeft. Zo valt het niet op. Het koekoeksjong komt uit en werkt instinctief alle andere eitjes en andere jonge vogeltjes het nest uit, zodat die als enige overblijft en al het voedsel krijgt. Na ongeveer 2,5 week verlaat het jong het nest en wordt dan nog twee tot drie weken gevoerd door de veel kleinere waardvogels. Volgens de website van Vogelbescherming kan een Koekoekvrouwtje tot wel 25 nesten parasiteren.

Waar kom je deze vogel nu het meest tegen? Halfopen landschappen waar je veel struikjes hebt, moerassen en parken aan de rand van de stad zijn erg geliefd. Hier zijn de plekken waar veel zangvogels broeden en veel rupsen voorkomen. Er is dus genoeg te eten en genoeg gelegenheid om eieren kwijt te kunnen. Mocht je de Koekoek willen zien, let dan op een slanke, valkachtige vogel die wat ‘onhandig’ oogt. De vleugels van een Koekoek hangen in de vlucht meer dan die van bijvoorbeeld een sperwer. Ook kan je het vrouwtje soms herkennen aan een afwijkende bruine kleur. Dit is echter eerder uitzondering dan regel. En heb je wel eens een vrouwtje koekoek gehoord? Dat geluid vergeet je nooit meer. Nog niet gehoord? Dan luister je haar hier (via de Visdief).

Christophe Reijman, voorzitter vogelwerkgroep.