Voor het eerst geteld: zomerpiek halsbandparkieten in Haarlem

Een uitgebreide telling van halsbandparkieten op de slaapplaats in Haarlem heeft een spectaculaire toename laten zien tijdens het uitvliegen van de jongen in mei en juni. Tussen 5 mei, het begin van de telling en de tweede helft van juni nam het aantal getelde vogels op de slaapplaats toe van 432 tot maximaal 937 exemplaren. De slaapplaats bestaat uit een drietal populieren op de kruising van de Boerhaavelaan met de Amerikaweg in Schalkwijk. In korte tijd tot aan zonsondergang vliegen de parkieten afzonderlijk en in groepjes van de voorverzamelbomen in de buurt naar de slaapbomen en zijn dan als het mee zit goed te tellen.

Europese studie naar uitvliegdata

De telling is verricht op verzoek van Sovon, die in Nederland de oproep verspreidde om bij te dragen aan een Europese studie naar de uitvliegdata van jonge halsbandparkieten in Europa. Haarlem is de enige Nederlandse locatie die hier dit jaar aan mee deed.

300 jongen uitgevlogen

Van halsbandparkieten is bekend dat de mannetjes in de avond de gezamenlijke slaapplaatsfoto 1 opzoeken, terwijl het vrouwtje op het nest blijft. De telling op 5 mei lag dan ook een stuk lager dan de laatste telling die daarvoor was verricht op 19 januari 2014: 638 exemplaren. Aan de grafiek is te zien dat het aantal parkieten op de slaapplaats op 5 mei al een stijgende lijn vertoonde: mogelijk dat er al vroege broeders met hun jongen zich bij de slaapplaats voegden. Tot het uitvliegen van de jongen duurt de broedtijd ongeveer 6 weken (Van Kleunen et al., 2010), dus deze vroegbroeders zijn half maart met broeden gestart. De laatbroeders hadden uitgevlogen jongen tegen half juni, wat betekent dat ze begin mei nog zijn begonnen met broeden. Ervan uitgaande dat op 5 mei nog de meeste vrouwtjes op het nest zaten en er weinig sterfte was tussen januari en mei, waren er dit jaar zo’n (638-432=) 200 broedparen. Ongeveer 230 parkieten hebben niet gebroed dit jaar, wat in ieder geval de eerste en tweede jaars vogels betreft. Dit aantal komt toevallig(?) vrijwel overeen met het verschil tussen de telling in januari dit jaar met die van twee jaar geleden op 14 januari 2012, 406 exemplaren. Als de waargenomen toename met ca. 500 vogels voor 200 stuks uit vrouwtjes bestaat, dan zijn er dit jaar 300 jongen uitgevlogen, 1,5 jong per koppel.Parkieten zomer 2014 Haarlem

Tellen is verslavend

Zeker met die telkens toenemende aantallen is het tellen van de parkieten aardig verslavend. Het zit niet elke telling mee, zeker een derde van de tellingen levert erg onbetrouwbare cijfers op vanwege bijvoorbeeld het in- en uit de slaapbomen vliegen van grote groepen, of spontaan zwermgedrag, waarbij de hele club  met z’n allen op de wieken gaat om na een tijdje weer neer te strijken. Dit zwermen heb ik tweemaal gezien, eenmaal gelukkig pas bij zonsondergang toen de telling net was geklaard. Opmerkelijk was ook de toename van de duur van het invliegen in de slaapbomen tijdens de telperiode. Duurde dit begin mei hooguit twintig minuten, in juni was dit opgelopen tot rond de vijftig minuten. De jongen moesten natuurlijk op tijd op stok.

Marco van Wieringen (isaviceli@hotmail.com)

Foto: Jonge halsbandparkiet strijkt neer. Juveniel lijkt op het vrouwtje (geen halsband), maar heeft kortere middelste staartpennen. Foto Albert de Jong, Utrecht.

Bronnen

Klaassen O. & A. van Kleunen, 2012. Halsbandparkieten in Nederland in de winter van 2011/12. Verslag van slaapplaatstellingen en adviezen voor toekomstige monitoring. Sovon-rapport 2012/26.

Klaassen O., 2014. Halsbandparkieten in Nederland in de winter van 2013/14. Verslag van slaapplaatstellingen. Sovon-rapport 2014/16.

Kleunen A. van, L. van den Bremer, R. Lensink & P. Wiersma. 2010. De Halsbandparkiet, Monniksparkiet en Grote Alexanderparkiet in Nederland: risicoanalyse en beheer. Sovon-onderzoeksrapport 2010/10.