Verslag auto-excursie Waterland, Marken en Gouwzee

De vooruitzichten waren voor zaterdag 22 februari matig. Wind, regen en kou waren de voorspellingen. Het moeilijk kunnen lopen door een hardnekkige hernia was voor mij een reden om nu juist wel bij deze excursie aan te sluiten. Het zou veel autorijden en weing lopen worden. Uiteindelijk waren we me 12 deelnemers, goed ingepakt en voorzien van extra lagen kleding op tijdvertrokken richting ons eerste stop, hel Landje van Geijsel. Een weiland dat door de eigenaar ieder jaar rond deze tijd onderwater wordt gezet om er een plas/dras gebied van te maken. Ideaal voor terugkerende Grutto’s en Wulpen. Het water was deels met ijs afgedekt. In het open water troffen we duizenden Grutto’s, kievitten en Wulpen. Tussen de Grutto’s was een een groepje van ca. 20 Kemphanen te onderscheiden.

De eenden varieerde van soepeend tot Pijlstaart en Krakeend. In een inmiddels heerlijk voorjaarszonnetje werd de tocht voortgezet richting Waterland. Van achter een zeer modern stalen scherm hadden we prachtig zicht op een enorm grote groep Brandganzen en Kolganzen. Grappig om te zien dat hier de Grauwe Gans, die juist in onze regio zo veel voorkomt, slechts in een kleine oplage wordt waargenomen. Een biddende Torenvalk maakte het plaatje helemaal compleet.

Een klein stukje lopen over de dijk werd toch een kleine kwelling, maar zeker de moeite waard. Ineens stonden ze daar aan de horizon, een groepje van acht Flamingo’s. Echt heel ridicuul om deze vogels in ons uitgesproken Hollandse landschap te zien staan. De tocht werd voortgezet richting Marken. Onderweg werd af en toe even gestopt om fraaie soorten waar te nemen. Een kleine maar voor mij bijzondere greep uit de 56 waargenomen soorten: Grote Zilverreiger, Bontbekplevier, Wintertaling, Nonnetje.

De excursie werd afgesloten met een heerlijk kopje koffie in het pitoreske Monnickendam. Ik denk dat ik namens alle deelnemers spreek als ik mijn grote dank uitspreek naar Martijn voor de organisatie van een zeer geslaagde excursie. Aansluitend zou ik bij vrienden in Pennigsveer even een kopje koffie gaan doen. Daar aangekomen sta ik in de achtertuin naar een klein eilandje aan de overkant van de sloot te staren. Valt mijn oog op een boom met veel vogeluitwerpselen. Blijkt de boom een roestplaats van acht Ransuilen te zijn. Mijn dag kan niet meer stuk.
Nico de Bont