Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland

Onderzoek met dataloggers naar de trek van onze nachtegalen

De Nachtegaal is een kenmerkende Nederlandse broedvogel van met name de duinen en vochtige bossen en bosranden. In de Vogelatlas van Nederland staat te lezen dat het aantal Nachtegalen de afgelopen drie decennia fluctueerde, maar over het geheel geen dalende of stijgende trend laat zien. Op sommige plekken in Nederland slonken de populaties dramatisch, zoals bijvoorbeeld in Oost- en Zuid-Nederland waar de aantallen met 80% afnamen. In andere gebieden zoals de duinstreek namen de aantallen Nachtegalen echter sterk toe en in de Biesbosch en Flevoland ontstonden nieuwe populaties. 

Waar zijn onze Nachtegalen in de winter?

Zeven maanden per jaar verblijven onze Nachtegalen in Afrika. Over de trekroutes daar naartoe en de overwinteringgebieden is nog weinig bekend. Uit onderzoek van C. Both en R. Klaassen (Limosa 2019) blijkt dat van de 22.988 geringde Nachtegalen minder dan 10 terugmeldingen zijn uit Iberië en Noord-Afrika. Terugmeldingen uit de overwinteringgebieden zijn er niet. Een dataloggeronderzoek uit 2013 in Duitsland wees uit dat de door hen gezenderde Nachtegalen in West-Afrika hadden overwinterd, maar deze gegevens zijn afkomstig van slechts een handjevol vogels. Hetzelfde geldt voor een soortgelijk onderzoek dat onlangs in Engeland plaatsvond. Meer kennis over de trekroutes en overwinteringgebieden kan, zoals bij andere soorten al gebeurt, mogelijk in de toekomst gebruikt worden bij het nemen van maatregelen die moeten leiden tot bescherming van deze soort.

Zestig dataloggers

Om meer te weten te komen over de trekroutes en overwinteringgebieden is op initiatief van de voorzitter van Vogelringstation Van Lennep, André van Aken, besloten zestig Nachtegalen van een datalogger te voorzien. Dertig worden in het voorjaar van 2021 van een logger voorzien en nog eens dertig in het jaar daarop. Het project wordt uitgevoerd door vrijwilligers van het vogelringstation (vaak leden van de Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland) in samenwerking met het Vogeltrekstation. Lokale broedvogels en hun jongen zullen worden voorzien van zo’n geolocator. Bij terugvangst, het jaar daarop, worden deze dataloggers weer afgenomen en uitgelezen en kan de trekroute en het winterverblijf van de betreffende nachtegaal worden nagegaan. Wij verwachten door dit onderzoek waardevolle, aanvullende gegevens te zullen verkrijgen.

Terugkoppeling in de Fitis

Wij zullen u, als lid van de vogelwerkgroep, op de hoogte houden van de ontwikkelingen rondom dit project en ook zal over de resultaten van dit onderzoek in de Fitis worden gepubliceerd en op de ledenavond worden verteld.
Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door financiële ondersteuning van de Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland, het Jaap van Duijn Vogelfonds, het IJsvogelfonds van Vogelbescherming en het Prins Bernhard Cultuurfonds Noord-Holland op naam van het Van Lange Fonds. Wij danken hen daarvoor. Marcel Slaterus. Namens de ringers van Stichting Mr. Cornelis van Lennep, 1751-1813.