- Boomleeuwerik
Opvallend korte, afgesneden staart. Ronde Vleugels. Vlucht
fladderend als bij Veldleeuwerik
- Veldleeuwerik
Spitse vleugels. Langere staart dan Boomleeuwerik. Staartvork
duidelijk zichtbaar. Op afstand rukkiger, lijsterachtige vlucht,
waarbij lijsters in verhouding tot het lichaam kleinere vleugels
hebben.
- Strandleeuwerik

Doet bijna pieperachtig slank aan. Spitse vleugels.
- Oeverzwaluw
Bruine bovenzijde en kropband. Vleugelslagen roeiender als bij
Boerenzwaluw, maar frequentie hoger (tussen Boeren- en Huiszwaluw
in).
- Boerenzwaluw
Groter dan Huiszwaluw. Staalblauwe bovenkant, donkere keelvlek.
Vleugelslagfrequentie lager dan bij Huiszwaluw (belangrijk op grote
afstand). Vlucht maakt soepelere indruk; tijdens jacht-vlucht vaak
elegante koerswijzigingen. Diepgevorkte staart ook bij jongen te
zien.
- Huiszwaluw
Keel, onderzijde en stuit wit. Zwak gevorkte staart.
Vleugelslagfrequentie veel hoger en fladerender dan Boerenzwaluw. In
jacht-vlucht vaak abrupte koerswijzigingen.
- Grote Pieper
Deze lijkt in de vlucht en de tekening het meest op Duinpieper,
echter de borst is duidelijk contrasterend met de lichte onderkant,
zoals bij een juveniele Duinpieper. Combinatie dikke buik en lange
staart accentueren fors postuur van de vogel.
Het geluid van de Grote Pieper van de CD van Chappuis is van een
Afrikaanse Taxon en lijkt meer op een hoge Duinpier.
Een voorbeeld van een typische Grote Pieper,
opgenomen door Frans van der Veen, staat op de Sound Gallery van:
www.dutchbirding.nl
- Duinpieper
Zandkleurig tot vaalbruin. Geen contrasten in de lichaamstekening.
Slank met lange staart. Aanzet tot de rustige boogvlucht van
kwikstaarten.
- Boompieper
Contrastrijk van lichte buik afgegrensde donkere borst. Rukkerige
vlucht, maar langzamer dan Witte Kwikstaart en Duinpieper; iets
fladderender.
- Graspieper
Maakt een korte en minder slanke indruk dan de Rietgors en andere
piepers. Ronde vleugels, een spartelende en weinig vorderende
vlucht, waarbij op enkele vleugelslagen een in lengte verschillende
boogvlucht volgt. Valt bij elke boog dieper door dan Boompieper,
Heggenmus of Rietgors. Wordt op trek door alle kwikstaarten en andere
piepers ingehaald. De vogel maakt een eenkleurige indruk. De snavel
wordt, zoals bij alle piepers en kwikstaarten, in de vlucht slechts
zwak naar beneden gehouden (vgl. Heggenmus).
- Roodkeelpieper
Vliegeigenschappen overeenkomend met Boompieper.
- Oeverpieper
Groter en met iets langere staart en vleugels dan Graspieper. Vliegt
rustiger dan deze. Contrastrijker getekend dan Graspieper:
bovenzijde donker, onderzijde licht.
- Waterpieper

In vlucht sterk gelijkend op Oeverpieper. Geluid 'met een R'.
- Gele Kwikstaart
Kwikstaart met de kortste staart en zwakke golfvlucht. Onderzijde
gelijkmatig geel, in de herfst vaak zandkleurig als bij Duinpieper.
Geen opvallende vleugelstreep.
- Grote Gele Kwikstaart
Zeer lange staart. Vlucht met lange en diepe golven. Opvallend witte
vleugelstreep op donkere vleugel, ook op onderzijde goed zichtbaar.
Intensiteit van het geel op de onderkant naar de staart toenemend
bij herfstvogels. In de herfst lichte keel.
- Witte Kwikstaart

Slechts een zwak aangeduide witte vleugelstreep op een betrekkelijk
lichte vleugel. De witte partijen kunnen bij ongunstige
omstandigheden een gele indruk maken. Juveniele vogels hebben soms
een geelachtige kop en keel. Bij herfstvogels altijd een zwarte
keelband. Staartlengte tussen die van Gele Kwikstaart en Grote Gele
Kwikstaart in, hetzelfde geldt voor de golfvlucht.
- Heggenmus

Eenkleurig, zonder contrasten. Houdt de snavel in een hoek van van
30 graden omlaag en lijkt daardoor meer een stierenek te hebben dan
de in de vlucht erop gelijkende Graspieper. De vleugelslagen maken
een snorrende indruk. Door lange vleugelslagfasen met slechts korte
pauzes valt ze weinig door, de boogvlucht is slechts kort aangeduid.
De vlucht is onbeholpen, vaak met richtingsveranderingen.
- Beflijster
Lichte halvemaanvormige vlek meer of minder sterk ontwikkeld. Door
witachtige veerzomen aan vleugels en kleine veren een grauwe tot
matzwarte indruk makend. Albinistische Merels zijn contrastrijker.
Spitste lange vleugels, rechtlijniger vlucht dan Merel en vliegt
veel beter dan deze.
- Merel
Zwart of donkerbruin, adulte mannetjes met gele snavel. Zeer ronde,
korte vleugel. Slechtste vlieger onder de lijsters. Vliegt in zeer
losse groepen of ketens en heeft een grote spreiding in
vleugelslagfrequentie. De zeer onrustige vlucht wordt veroorzaakt
door het feit dat na 1 tot 3 vleugelslagen rustfasen van zeer
wisselende lengte worden aangehouden.
- Kramsvogel
Licht-donker contrasten op buik en rug, witte vleugelonderdekveren.
Bultiger dan de Grote Lijster, vliegt slechter dan deze. Op ongeveer
3-5 vleugelslagen volgt een pauze. Ten gevolge van de onzekere
vlucht veranderen de losse, maar soms zeer grote groepen voortdurend
van vorm.
|
- Zanglijster
Oranjekleurige vleugelonderdekveren, lichtbruine rug, geen
opvallende koptekening. Snelle vlucht.
- Koperwiek
Roodbruine ondervleugeldekveren en flanken. Opvallende koptekening.
Chocoladebruine rug. Spitsere vleugels dan de Zanglijster. De
vlucht, vaak in tamelijk dichte groepen, is Spreeuw-achtiger dan bij
Zanglijster.
- Grote Lijster

Eenkleurige, bruine bovenkant. Eenkleurige bruinige onderkant, witte
ondervleugeldekveren. Houdt (waarschijnlijk) de kop wat hoger, de
ruglijn maakt (daardoor?) een bijna rechte indruk en de vogel lijkt
slanker. Zeer rustige, doelgerichte, bijna duifachtige vlucht,
waarbij op ongeveer zeven tot vijftien vleugelslagen een pauze
volgt.
- Zwarte Mees
Ongeproportioneerd dikkoppig en met korte staart. Kop zwartwit.
Zelden in gezelschap van Kool- en Pimpelmees, die sneller vliegen.
Vlucht doelgerichter dan Goudhaantje (deze heeft ook een korte
staart, maar heeft ander koptekening).
- Pimpelmees
Staartlengte normaal. Kop op grote afstand zonder contrasttekening
en vooral bij zon een witte indruk makend. Daardoor (?)
kleinkoppiger lijkend dan de soorten met een zwarte kop. Dezelfde
vliegeigenschappen als Koolmees en vaak in gezelschap daarvan.
- Koolmees
Kop- en staartproporties 'normaal'. Kop zwartwit.
- Ringmus
Contrastrijke koptekening, kleine zwarte keelvlek. Minder wit in de
vleugel dan het mannetje van de Huismus. Trekt in samengebalde
zwermen met een rechtlijnige vlucht. De vleugelslagen zijn snel en
snorrend.
- Vink
Contrastloze tekening op de bovenzijde. Eenkleurige grauwe tot
roodbruine bovenkant. Witte vleugelspiegel. Staart recht afgesneden
of nauwelijks ingekeept.
- Keep
Van de witte buik contrastrijk afgegrensde donkere borst. Witte
stuit, oranje schouders, diepe staartvork. Exemplaren in rustkleed
kunnen, behalve de buik en de stuit een grauwe indruk maken. Vliegt
vlakker en iets sneller dan de Vink.
- Europese Kanarie
Klein, zeer korte snavel en ronde kop. Korte diep gevorkte staart.
Gele stuit, maar geen opvallende gele tekening aan de staart.
- Groenling
Contrastloze groene tot grauwgroene koptekening. Geelachtige tot
gele handpennen en staartwortel. De diep gevorkte staart is korter
dan bij de evengrote vinkachtigen.
- Putter
Onverwisselbaar met grote gele vleugelbanden, die zelfs op grote
afstand nog te zien zijn. Witte stuit. Volwassen vogels met rood
aangezicht, jonge vogels met bruinachtige kop.
- Sijs
Maakt door de langere snavel niet zo'n rondkoppige indruk als de
Europese Kanarie. Staart gevorkt, kortere staart dan Kneu, waarvan
hij overigens op grote afstand moeilijk te onderscheiden is.
- Kneu

Bruin. Witte slagpenzomen, die bij de tegen het lichaam gehouden
vleugel een lichte parallel aan het lichaam verlopende streep
opleveren. Langere staart dan Sijs. Lichaamstekening (vooral de
onderkant) contrastloos.
- Frater
Bruin, zonder echt opvallende tekening. Minder wit in vleugels en
staart dan Kneu. Twee vleugelstrepen. Lijkt tijdens vlucht op Kneu,
maar iets slanker en iets langere staart dan deze. Bovendelen
gestreept.
- Barmsijs
Vergeleken met Kneu en Frater kleiner, korter en dikker. Kortere
staart. Donkerder dan Kneu, zowel op boven- als onderzijde. Geen wit
in staart of vleugel. Twee creme vleugelstrepen. Lichte,
veerkrachtige, golvende vlucht.
- Kruisbek

Vleugels bruin. Lichaam contrastloos grauwgroen geelachtig of rood
met bruin. Ook op afstand goed herkenbare kruissnavel. De soort
maakt daardoor de indruk een langere kop te hebben dan bijvoorbeeld
Groenling. Zeer snelle zwakke boogvlucht. Beste vlieger onder de
vinkachtigen.
- IJsgors
Lijkt qua tekening op Rietgors, maar is een veel betere vlieger.
- Sneeuwgors
Onmiskenbaar zwart/bruin/wit.
- Geelgors
Relatief lange staart. Staart smal, vooral aan de wortel. Onderkant
geelachtig tot schelgeel. Vliegt in gelijkmatig zwakke golven.
Tijdens het opstijgen wisselen golven van verschillende lengte en
korte vleugelslagfasen elkaar af.
- Ortolaan
Betere vlieger dan de andere gorzen, vlucht ongeveer als Boompieper.
- Rietgors

Rustkleden, die tijdens de trek bijna uitsluitend voorkomen,
vertonen in de vlucht een verticale witte streep als afgrenzing van
de oorstreek (halsband). Overeenkomsten met Oever/Waterpieper en
Graspieper, maar met rondere kop en langere staart met zeer smalle
basis. De fladderende nerveuze vlucht maakt de indruk van een
aaneenrijging van onregelmatige horizontale en verticale
zigzagbewegingen.
|