|
Vogels en planten in het vogelbosje Eindenhout |
|
Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland, KNNV
Afdeling Haarlem e.o., augustus 2001
Grenzend aan de Haarlemmerhout ligt Eindenhout precies op de overgang van de droge strandwal naar de vochtige strandvlakte die door de Leidsevaart wordt doorsneden. Hier is het strandwallenlandschap nog gaaf en volledig zichtbaar. Ten westen van de Wagenweg daalt de strandwal en gaat over de laagte van de strandvlakte. In de winter kunnen delen van het laag gelegen Essen-elzenbos langdurig onder water staan. Beuken en eiken zie je daar niet meer; die vinden het veel te nat. Ook de ondergroei is anders dan de Haarlemmerhout. Hier komen we in het Vogelbosje Eindenhout, het enige snippertje bos van de strandvlakte dat in Haarlem resteert. Voor vogels en planten is het Vogelbosje Eindenhout een toplocatie. In het voorjaar van 2000 stelden de broedvogeltellers 24 soorten in het rustgebied vast. De dichtheid van alle broedvogels samen is erg hoog, bijna drie keer zo hoog als in de Haarlemmerhout. Het aantal Merels, Zanglijsters en Winterkoninkjes steekt met kop en schouders boven de rest uit. Ook Zwartkop, Tjiftjaf, Staartmees en Glanskop zijn relatief talrijk. Vergeleken met de Hout verschilt de vogelbevolking van Eindenhout verder door het voorkomen van Waterhoen en Meerkoet en het ontbreken van broedvogels van ouder bos. Al met al vertoont Eindenhout een sterke overeenkomst met rivierbegeleidend bos. Zoals de Theo Belterman en Joost van der Elst overigens al in 1964 bij de resultaten van hun inventarisatie ook al opmerkten. Op het gebied van planten heeft Eindenhout, samen met het Liedemoerasje en de Hekslootpolder, de hoogste kwaliteit van Haarlem en omstreken. Bij een inventarisatie in 2001 werden ruim 120 verschillende soorten gevonden waarvan een tiental uniek voor Haarlem. In het voorjaar voert Look zonder look al vroeg de boventoon, plaatselijk ook Fluitenkruid. Daartussen zijn er grote plekken met de zeldzame Gulden boterbloem en IJle zegge, plaatselijk ook Grote keverorchis, Zomerklokje en Grote muur. In de zomer verandert de ondergroei in een wirwar van hoge kruiden met bijzonderheden als Hoog zwenkgras Wijfjesvaren, Groot heksenkruid en Groot springzaad. Vooral het massale voorkomen van Groot springzaad, Groot heksenkruid, IJle zegge en Gulden boterbloem maakt het bosje tot een unicum in Zuid-Kennemerland. De sfeer en vegetatie van Eindenhout zijn goed vergelijkbaar met het voormalige Schalkwijkerbos dat Van Eeden in 1868 in "Onkruid" beschreef. "Wanneer wij hier op een warme zomerochtend een der talrijke hakbossen binnendringen, zijn wij als in een heiligdom der natuur verplaatst; de dampkring is zwoel en drukkend; de grond is zwart, zeer vochtig, minder begroeid aan de randen [..]. De merkwaardigste en stellig een de oudste en oorspronkelijkste planten is het springkruid of de wilde balsamine een fraaie, hoge, geel bloeiende plant die veel op de tuin balsamine gelijkt en wier zaaddozen zich bij de geringste aanraking oprollen en de zaden ver weg slingeren. Deze plant is aan drassige gronden eigen doch wordt door bebouwing of bewerking meer en meer uitgeroeid. Rondom Haarlem was zij vroeger veel talrijker". Het Schalkwijkerbos is verdwenen maar de "wilde balsamine" of Groot springzaad niet. In Eindenhout heeft zij samen met andere plantensoorten van moerasbos een laatste toevluchtsoord gevonden. (Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland A.van der Hulstlaan 10 2121 XM
Bennebroek) Het artikel 'Fietspad noord van Vogelbos' is hier bereikbaar. Lees ook de ingezonden brief in het Haarlems Dagblad door hier te klikken. Naast een rapport zijn in Fitis zijn artikelen gepubliceerd over Eindenhout. |